Puppytraining

Jachthondenschool Tweestromenland verzorgt het hele jaar door trainingen speciaal bedoeld voor puppies. Deze trainingen vinden normaal gesproken plaats op de vrijdagavond vanaf 18:00 uur op de Wilhelminalaan te Wijchen, en zijn bedoeld voor puppies vanaf 9 à 10 weken. De cursus voor starters bestaat uit 10 lessen, net als de cursus voor gevorderden.

Tijdens de cursus wordt met name aandacht besteed aan de volgende onderdelen:

  • Wildgeuren
  • Het socialiseren;
  • Aandacht voor de baas;
  • Het luisteren naar naam én fluit;
  • Het aangelijnd volgen;
  • Het houden van een aangewezen plaats;
  • Kennismaking met verschillende soorten wild en wildgeuren;
  • Het komen op bevel;
  • Het apporteren;
  • Zwemmen;
  • Het vooruit sturen;
  • Het zoeken.

Voor de meeste onderdelen geldt dat de baas heel goed zelfstandig en buiten de cursusavonden om met de hond kan oefenen. We zullen hieronder de verschillende onderdelen nader toelichten.

Het socialiseren.

Bij het socialiseren wordt onderscheid gemaakt in twee perioden. De eerste socialisatie periode vindt plaats wanneer de pup tussen de 3 en 12 weken is. Dit is een beslissende periode! Wil de hond zich tot een fijne hond ontwikkelen, dan is het van groot belang dat de pup gedurende deze tijd de juiste ervaringen opdoet met mensen, anderen honden en de omgeving. De tweede socialisatie periode, ookwel angstfase, vindt plaats wanneer de pup tussen de 3 en 6 maanden is. In deze periode zoeken ze nog steed uit hoe de rangorde binnen het gezin is, en proberen ze hierbinnen hun eigen plaats te vinden. Eerder opgedane ervaringen dienen te worden herhaald. De jonge hond wordt zich steeds meer bewust van zijn omgeving. Hij begint voor zijn onderzoekingen steeds verder weg te gaan, maar blijft nog steeds binnen de geborgenheid van de baas en/of bekend gebied. Knagen en alles met zijn bek onderzoeken helpt niet alleen bij het wisselen van de tanden maar ook bij het verkennen van de omgeving.

Vanaf het moment dat de pup bij u in huis komt, is het van belang dat u de hond met een grote verscheidenheid van situaties en omgevingen kennis laten maken. Gedurende deze tijd moet de pup kennismaken met:

  • Socialiseren
  • Allerlei geluiden, zoals lawaai van verkeer;
  • Verschillende vloeroppervlakken;
  • Vreemde mensen (kinderen én volwassenen);
  • Andere honden (grote, kleine, dikke, dunne, kortharige, langharige, …);
  • Een markt of een drukke winkelstraat;
  • Een restaurant of een terras;
  • De dierenarts (op een positieve manier, zoals op een puppy-avond).

Hierbij is vooral ook het contact met mensen belangrijk, omdat de pup dan op latere leeftijd niet bang of terughoudend is naar mensen. (Als de hond in een huiselijke omgeving opgroeit, gebeurd dit waarschijnlijk al vanzelf.) Heeft de pup als deze 10 weken oud is deze ervaringen gemist, dan loopt men veel meer kans dat de hond moeilijk wordt en gedrag ontwikkelt dat te maken heeft met dit gemis. Dit kan zich uiten in angstig gedrag of in angstagressie. Mocht een situatie veel indruk maken op de hond, zoals het kennismaken met de drukte en geluiden van een station, zorg er dan altijd voor dat de pup de tijd krijgt om de opgedane ervaringen te verwerken en doe de volgende dag niets nieuws met hem. Elke ervaring moet een aantal keren worden herhaald, in ieder geval in de eerste en tweede socialisatie periode.

Enkele valkuilen waar men bij de socialisatie op moet letten, zijn:

  • De pup te veel indrukken ineens laten opdoen;
  • De pup te lang bloot stellen aan nieuwe prikkels;
  • De pup te weinig tijd geven om de opgedane ervaringen te verwerken;
  • Het ongewenste gedrag (meestal het angstgedrag) te bevestigen.

Aandacht voor de baas.

Voor elke training met de hond is aandacht vereist. Wanneer de hond geen aandacht voor je heeft, valt er niet te trainen. Aandacht mag daarom niet worden onderschat, het is het belangrijkste onderdeel tijdens het trainen van de hond!

Wat bedoelen we met aandacht?

Wil je een goede trainingssessie, dan is dat gebaseerd op aandacht. Aandacht betekent dat de hond alleen met jou bezig is en niet met alles om hem heen. Hij houdt je in de gaten en is alert op wat je doet.

Aandacht tijdens de training:

Als je aandacht van je hond hebt, kun je dingen van hem vragen. Commando's die hij al kent zullen succesvol worden opgevolgd en nieuwe commando's vallen goed aan te leren.

Aandacht 1 Aandacht 2 Aandacht 3  
Hoe krijg ik de aandacht van mijn hond?

Je weet nu dat aandacht heel belangrijk is tijdens het trainen van je hond, maar het is niet altijd even makkelijk om de aandacht van een hond vast te houden. Hieronder lees je een manier hoe je de aandacht van de hond kunt vragen.

  1. Laat de hond voor je zitten, houd een brokje onder je kin en geef het commando “Let op!”. Beloon de hond zodra hij naar je kijkt.
  2. Nu de hond snapt wat de bedoeling van deze oefening is, kun je het tijdsbestek voordat je de beloning geeft verlengen.
  3. Hou het brokje in je linker- of rechterhand met gestrekte arm opzij en geef wederom het commando “Let op!”. Je hebt de hond in de vorige stappen aangeleerd om naar je te kijken, maar je zult zien dat het nu al een stuk lastiger is. Dit komt omdat je het brokje niet meer onder je kin houdt.
  4. Maak de oefening steeds moeilijker door de hond steeds langer te laten kijken. Het is nu de hoogste tijd om met intervalbeloningen te werken. Dat wil zeggen dat je niet iedere keer de hond beloont voor het gewenste gedrag, maar dat je dit zo nu en dan overslaat. De hond moet vaker op je letten om de beloning te verdienen. Zorg ervoor dat de hond niet weet wanneer je hem gaat belonen.

Het aangelijnd volgen.

Laat de pup links naast je zitten, en houd de riem (tijdelijk) in de rechterhand en een brokje in de linkerhand. Houd vervolgens het brokje voor de neus van de hond, roep de naam van de hond en dan het commando “Volg” en stap met je linkerbeen weg (dit is het been naast de hond, dus het been dat de hond ziet). Loop een paar passen door met het brokje voor zijn neus, en geef de hond dan het brokje. Oefen dit in het begin geen hele afstanden, maar korte stukjes en ook niet al te vaak achter elkaar, maar liever een paar keer op een dag. Als je merkt dat de pup het gaat snappen, kun je de afstand iets langer maken. Zodra je merkt dat de pup de interesse in het brokje gaat verliezen heb je de afstand te groot gemaakt.

Het komen op bevel.

Hier kun je thuis al mee beginnen. Bedenk een fluitsignaal waarmee je later je hond wilt influiten (bijvoorbeeld tuuuut, tuuuut, tuuuut). Iedere keer als je de pup zijn eten geeft, fluit je dat signaal. Al snel zal voor de pup duidelijk zijn, tuuuut, tuuuut, tuuuut levert eten op bij de baas. Heeft de pup dit door, dan ga je naar buiten met de fluit en een beloningsbrokje of stukje kaas. Je fluit een keer het signaal en je zult zien hoe snel de pup naar je toegerend komt en je beloont de pup met het brokje of de kaas (zorg er wel voor dat de pup niet naar binnen kan rennen, naar de plek waar normaal zijn bak staat). Als hij buiten goed naar je toegerend komt, kun je beginnen met hem voor je te laten gaan zitten en dan pas belonen. Let er wel op dat het bij een pup zinloos is om hem te fluiten als hij bijvoorbeeld net met andere honden aan het spelen is. Ga hem dan of halen of wacht dat hij even afgeleid is en fluit hem dan.

Het apporteren.

Als het wisselen van de tanden het toelaat, en als de pup goed voorkomt als je hem roept, dan kun je gaan apporteren. Komt de pup nog niet goed voor, dan heeft de pup groot feest als hij er met de dummy vandoor is, en jij hem niet te pakken kunt krijgen! Voor die tijd zou je al vast kunnen beginnen met de commando's “Vast” en “Los”. Laat de pup voor je zitten en houd de dummy voor zijn neus en geef het commando “Vast”. Wil hij de dummy niet gelijk in zijn bek nemen, kun je hem natuurlijk een beetje enthousiaster maken, door de dummy heen en weer over de grond te bewegen. Zodra hij hem dan vast pakt, zeg jij “Vast” en “Braaf”. Heeft hij hem even vast gehouden, dan laat je hem een brokje boven zijn neus zien en zegt “Los” en wisselt de dummy voor een brokje. Oefen ook dit niet te vaak achter elkaar — 3 keer is prima, maar doe het geen 10 keer, het moet wel leuk blijven — maar liever een paar keer per dag. Komt hij goed voor dan kun je hem links naast je laten zitten. Het makkelijkst is het om ook op je hurken te gaan zitten, hem met je hand tegen te houden en met je andere hand de dummy weg te gooien. Vervolgens geef je het commando “Apport” en laat hem los. Heeft hij de dummy in zijn bek, dan roep je onmiddellijk “Kom voor”. Het beste is het om hem de eerste keren toch aan de lange lijn te houden, zodat hij niet in de fout kan gaan om zich met de dummy uit de voeten te maken. Komt hij de dummy brengen, aanpakken en belonen en vervolgens langzaam verder uitbreiden naar voorkomen met dummy, laten zitten, vervolgens los laten en dan pas belonen.

Zwemmen.

Zwemmen Als de pup al zijn entingen heeft gehad, kunnen we gaan beginnen met zwemmen. Houd hierbij wel rekening met het jaargetijde. Pups die midden in de winter in bijna vriezend water moeten leren zwemmen, zullen niet bepaald prettige gedachten aan het zwemmen overhouden. Houd dus even de temperatuur van het water in de gaten. De makkelijkste methode is om zelf met de pup mee het water in te gaan. Een wat bredere sloot met lieslaarzen is ideaal (let er wel op dat de slootkanten niet te steil zijn). Ook een ideale methode is om de pup naast een ervaren hond aan de overkant van het water te zetten en dan voor te roepen. De ervaren hond stapt probleemloos het water in en de pup gaat er dan meestal probleemloos achteraan.

Het vooruit sturen.

Vooruit sturen is een oefening die prima met de voerbak is te leren. Zet de voerbak van de hond neer en loop met de hond achteruit. Zet de hond neer en stuur hem vervolgens met het commando “Vooruit” richting zijn voerbak. Op deze manier kun je de afstand steeds iets groter maken (in plaats van de voerbak kun je ook een witte omgekeerde bloempot gebruiken waarop je een brokje neerlegt). Kan de hond ondertussen goed apporteren, dan kun je de voerbak ook vervangen door dummy's.

Het zoeken.

Als de hond kan apporteren, is het zoeken aan te leren. Dit doe je door de hond te laten zien dat je een dummy in de struikjes, bosjes, hoog gras of over een dijkje heen gooit. Vervolgens geef je het commando “Zoek apport” en laat hem in de struikjes de dummy ‘zoeken’. Gooi de dummy steeds iets moeilijker weg. Als dit goed gaat, kun je dummy in hetzelfde bosje gaan wegleggen, zonder dat de pup het gezien heeft. Leg in het begin meerdere dummy's neer, zodat de pup makkelijker succes heeft (meer dan één dummy hoeft de pup natuurlijk niet op te halen).


Voldoende tips om met de pup aan de slag te gaan, en er een fijne jachthond van te maken!