Jachttraining

Bij Jachthondenschool Tweestromenland gaan we uit van “zelf doen”. De trainingsgroepen bestaan uit maximaal tien combinaties en uiteraard kennen de lessen een logische opbouw. De voorjager moet het geleerde zelf ‘in-trainen’ en dus ook in de periode tussen de trainingen zeer regelmatig met de hond aan de slag. Tijdens de trainingslessen wordt ruim aandacht besteed aan de problemen, die de voorjager tijdens de training van zijn of haar hond tegen is gekomen.

Klik hier voor het Trainingsoverzicht 2019

Er wordt getraind in verschillende niveau-groepen, beginnend met puppies vanaf 9 à 10 weken. De verschillende groepen zijn:

  1. De puppygroep, starters; het cursusblok voor deze groep omvat 15 lessen, inclusief een afsluitende training met certificaat. Bij deze groep is permanente instroom mogelijk, mits grootte van de groep het toe laat.
  2. De puppygroep, gevorderden; het vervolgblok voor deze groep omvat 15 lessen, inclusief een afsluitende training met certificaat.
  3. De groep basis; deze groep gaat tot en met niveau KNJV-C.
  4. De groep midden; deze groep gaat tot en met niveau KNJV-B.
  5. De groep gevorderden; deze groep gaat tot en met niveau KNJV-A.
  6. De groep KNJV-Map B wordt voorbereid op de KNJV-Meervoudige Apporteer wedstrijden

Klik hier voor een aantal filmpjes van de training

De trainingen voor groepen 1 en 2 (de pup's) vinden plaats op dinsdag- en woensdag avond vanaf 18.30 uur. De trainingen voor de groepen 3 tot en met 5 vinden plaats op de zaterdag van 8.30 tot 13.30 uur en op de maandagavond van 19.00 tot 20.30.

In overleg met de cursisten kan incidenteel van deze vaste trainingstijden en -dagen worden afgeweken. Bij voldoende belangstelling is het ook mogelijk dat de trainingen op andere dagen en/of dagdelen plaats vinden. Het is ook mogelijk om individueel te trainen om bijvoorbeeld bepaalde onderdelen van de training te perfectioneren. Dit gebeurt uitsluitend op afspraak.

Er worden per jaar twee cursusblokken – die elk bestaan uit 14 trainingslessen – aangeboden voor de groepen 3 tot en met 6. Het eerste cursusblok wordt afgesloten met een “examendag”, waarbij de prestaties van de combinatie (voorjager en hond) worden beoordeeld en vastgelegd op een certificaat. Omdat het aantal cursisten per trainingsgroep gelimiteerd is, is doorstroming naar een vervolgtraining niet gegarandeerd, maar mede afhankelijk van de behaalde trainingsresultaten. In principe kunnen alle jachthondenrassen en -kruisingen hieraan deelnemen, echter, kruisingen moeten er rekening mee houden dat ze niet aan alle officiële wedstrijdenonderdelen mee mogen doen.

In de wintermaanden bieden wij ook een wintertraining aan voor voorjagers en honden uit groep 4 t/m 6. Deze training bestaat uit vier workshops van 1½ uur. In deze wintertraining besteden wij aandacht aan lijnen lopen, de zitfluit en het links en rechts sturen ter voorbereiding van de dirigeerproef (proef I) in het A-diploma. Deze sessie geeft ook een goede ondersteuning in de voorbereiding op de Meervoudige Apporteer Proeven (MAP).

De basislocatie van de trainingen is aan de Wilhelminalaan in Wijchen (grens industrieterrein Bijsterhuizen Noord), maar we trainen ook vaak buiten deze locatie. De meeste locaties die we gebruiken, liggen binnen een straal van 10-15 km van Wijchen.

Wat komt in de trainingen aan de orde:

Zoals eerder aangegeven, vormen de einddoelen van de KNJV-proeven de rode draad bij de trainingen. Deze diploma-eisen zijn terug te vinden in de reglementen van de ORWEJA en de Commissie Jachthondenproeven van de diverse rasverenigingen. Deze reglementen bieden een duidelijke leidraad voor instructeur en cursist met betrekking tot de doelen voor het seizoen.

De groep basis (KNJV-C niveau):

De C-training is het basisniveau en bedoeld voor honden vanaf 6 maanden. Hier wordt een begin gemaakt met het leggen van een solide basis voor een carrière als jachthond. Het accent in deze training ligt op appèl (basisgehoorzaamheid).

Hierbij moet u met name denken aan:

  1. Het volgen, aangelijnd en los naast de baas;
  2. Zitten op fluitsignaal;
  3. Het houden van de aangewezen plaats;
  4. Rust en beheersing tijdens het werk en tijdens het volgen;
  5. Het op commando afstand nemen van de baas (vrij sturen) en komen op bevel (via fluitsignaal of stem bijvoorbeeld).

Verder maken we een begin met het aanleren van het “modelapport” met dummy's en koud wild. De apporten worden op en over land gehaald, en in en over water. Ook het waterwerk maakt deel uit van de training, waarbij de hond eerst leert over water te gaan en vervolgens leert een apport op te nemen uit het water. Cursisten kunnen op C- en B-niveau aangeven of men uitsluitend met dummy's wil werken of niet.

Aan het einde van de C-training moet het mogelijk zijn om succesvol deel te nemen aan een KNJV-wedstrijd. Het resultaat wordt mede bepaald door de hoeveelheid tijd en energie die de cursist naast de trainingen heeft geïnvesteerd in zijn hond.

De groep midden (KNJV-B niveau):

In deze cursus blijft de basis als beschreven bij de basisgroep (KNJV-C) volledig gelden. Daarnaast wordt de oefenstof uitgebreid met drie B-oefeningen, te weten het verloren apport uit dichte dekking, het verloren apport uit dichte dekking over water en het markeerapport. De uitvoering en de afwerking van de oefeningen wordt steeds verder geperfectioneerd, waarbij het “modelapport” het uitgangspunt is en blijft.

Bij een verloren apport heeft de hond het apport niet zien vallen. De inzetplaats bepaalt feitelijk het zoekgebied. De hond moet na het commando “zoek apport” of “zoek verloren” zelfstandig aan de slag en volhardend het ‘verloren’ apport opzoeken en binnen brengen. De moeilijkheidsgraad wordt in de trainingen steeds hoger. Door wisselende locaties en omstandigheden (diversiteit in dekking en afstanden), leert de hond een effectief zoekpatroon te ontwikkelen, waarmee direct beantwoord wordt aan de trainingsdoelstelling.

Het verloren apport over water is feitelijk identiek aan het verloren apport te land, met dien verstande dat de hond eerst een waterbarrière moet nemen en daarna het commando “zoek apport” krijgt. Bij dit apport is het van belang, dat de hond tijdens de trainingen met zoveel mogelijk wisselende omstandigheden en situaties kennis maakt. Hierbij moet u denken aan verschillende waterpartijen, al dan niet begroeide waterkanten, steil of flauw aflopende taluds, dichte rietkragen, e.d.

Bij een markeerapport ziet de hond het apport vallen en wordt er tevens een schot gelost. Dit alles op een afstand tussen de 60 en 80 meter. De hond moet voldoende steady zijn en dus op zijn plaats blijven. De hond moet in een rechte lijn richting de valplaats lopen en mag niet verloren zoekend het apport vinden. Hij moet de valplaats onthouden en vooral laten zien, dat hij de diepte goed heeft ingeschat en de valplaats goed heeft onthouden. Pas op het allerlaatste moment wordt de neus aan de ogen toegevoegd. Het wegsturen van de hond wordt in deze proef bepaald door de keurmeester, meestal middels een tikje op de schouder van de voorjager.

Kort samengevat komen in deze cursus de volgende onderdelen aan bod:

  • Het perfectioneren van de vijf C-onderdelen;
  • Steadyness oefeningen;
  • Het oplopen in linie (wezenlijk in de jachtpraktijk);
  • Het kennis maken met en werken met ander wild dan de eend en het konijn;
  • Aanleren van het sleepspoor en het oppakken hiervan middels vooruit sturen of zelfs al over water oppakken van de sleep;
  • Meervoudige apporteeropdrachten.

De groep gevorderden (KNJV-A niveau):

Dit is de hoogste trede van apporteren; dit niveau is niet voor iedere combinatie bereikbaar. In deze training wordt het uiterste gevraagd van zowel voorjager als hond. Cursisten die voor het A-diploma gaan, moeten daadwerkelijk gemotiveerd zijn om dit doel te bereiken. Voorwaarde om aan deze cursus te beginnen, is dat de hond een stabiele B-hond moet zijn en dat duidelijk is dat de hond over meer dan gemiddelde aanleg beschikt. De voorjager moet zelf de discipline bezitten om de onderdelen van het C- en B-niveau zelf bij te houden en de nodige tijd en energie in het geheel willen steken.

Voor het behalen van een A-diploma moet men het B-niveau uitbreiden met dirigeren en het uitwerken van een sleepspoor. In de training wordt veel aandacht besteed aan het dirigeren. De hond moet op zeer hoog appèlniveau kunnen werken. Hij moet perfect luisteren, de hand aannemen voor het links en/of rechts sturen en een goede lijn lopen. Daarnaast moet de hond onvoorwaardelijk reageren op de zitfluit. Deze vaardigheden worden in eerste instantie los van elkaar ingetraind en vervolgens ‘geplakt’ en aan elkaar gekoppeld. Door voor deze methode te kiezen, wordt bereikt dat de hond niet wordt overvraagd. Hierdoor wordt voorkomen dat onnodig door de zitfluit wordt gelopen op afstanden die de hond nog niet beheerst, waarbij situaties van ongehoorzaamheid beloond zouden worden met succes. Daarnaast komt er relatief veel aandacht te liggen op het sleepspoor, waar in de B-training, maar ook bij de puppy training, al een begin mee is gemaakt.

De instructeur maar zeker ook de voorjager, moet doordrongen zijn van het gegeven, dat de hoge mate van appèl en de onvoorwaardelijke reactie op de zitfluit leiden tot een hoge druk tijdens de trainingen en dat dit niet ten koste mag gaan van het eigen initiatief van de hond. Om dit te bereiken worden de dirigeeroefeningen regelmatig afgewisseld met meervoudige apporten om het eigen initiatief in combinatie met de sturing door de baas te behouden. Dit stelt de combinatie in staat om optimaal te kunnen presteren.

De cursisten moeten ervan doordrongen zijn, dat het behalen van een A-diploma na één trainingsseizoen niet realistisch is. Het zijn ook in dit geval de uitzonderingen die de regel bevestigen!